Praktisch beoordelen bij UWV: wat het is en wanneer het wordt toegepast
26/07/2026 Re-integratieDe wachttijden voor arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen lopen op: meer dan 11.000 mensen wachten langer dan een half jaar, en de achterstanden voor de WIA kunnen richting 100.000 tot 150.000 dossiers gaan in 2030, meldt de Rijksoverheid. In dat licht voerde UWV per 1 juli 2024 de tijdelijke maatregel ‘praktisch beoordelen’ in: de mate van arbeidsongeschiktheid wordt dan vastgesteld op basis van het passende werk dat iemand daadwerkelijk doet en wat daarmee wordt verdiend.
Voor werkgevers, HR en arbocoördinatoren is dit direct verbonden met loondoorbetaling na 104 weken, WIA-instroom en de afspraken die u maakt in re-integratie. Waar de klassieke beoordeling vooral theoretisch kijkt naar wat iemand nog zou kúnnen verdienen, sluit praktisch beoordelen aan op de werkelijkheid op de werkvloer—met vaak beter uitlegbare uitkomsten, maar ook met hogere eisen aan dossieropbouw en casemanagement.
De maatregel geldt bovendien alleen voor een beperkte groep werknemers die na twee jaar ziekte nog (deels) passend werk verrichten. Juist daar komen duurzame inzetbaarheid, werkplezier en gezondheid samen met stevige verplichtingen vanuit de Wet verbetering poortwachter en de WIA.
Wat is praktisch beoordelen UWV?
Praktisch beoordelen UWV is een tijdelijke versnellingsmaatregel binnen de WIA-claimbeoordeling waarbij UWV – als iemand na 104 weken ziekte nog (deels) werkt – de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt op basis van het werk dat daadwerkelijk wordt verricht en de feitelijke inkomsten. UWV beschrijft deze aanpak als een manier om WIA-beoordelingen sneller te laten verlopen en wachttijden te beperken via Praktisch beoordelen (UWV).
Het grote verschil met de traditionele route is dat bij praktisch beoordelen geen theoretische schatting wordt gedaan. In de officiële Handreiking Praktisch Beoordelen (UWV) staat dat bij werkende cliënten alleen wordt uitgegaan van inkomsten uit het werk dat zij verrichten, en dat een theoretische schatting pas in beeld komt als praktisch beoordelen niet kan.
Waarom is praktisch beoordelen UWV ingevoerd?
De achtergrond is de structurele druk op sociaal-medische beoordelingen door capaciteitsproblemen, met name het tekort aan verzekeringsartsen. De overheid schetst dat de achterstanden zonder ingrepen verder oplopen; zo meldt de Rijksoverheid over oplopende wachttijden dat duizenden mensen langer dan een half jaar wachten en dat de achterstanden richting 2030 fors kunnen toenemen. UWV licht in het Jaarverslag 2025 toe dat de vraag naar beoordelingen al jaren groter is dan de beschikbare capaciteit en dat processen worden vereenvoudigd en teams versterkt.
Praktisch beoordelen past in een bredere set maatregelen om sneller te kunnen besluiten. In het UWV Jaarverslag 2024 wordt de invoering vanaf juli 2024 expliciet genoemd als een van de belangrijke maatregelen, waarbij voor werkende cliënten de arbeidsongeschiktheid wordt bepaald op basis van feitelijke inkomsten.
Wanneer past UWV praktisch beoordelen toe?
UWV beoordeelt na de WIA-aanvraag zelf of iemand in aanmerking komt; u kunt dit als werkgever dus niet “aanvragen”. Dat wordt bevestigd in de werkgeversnieuwsbrief van UWV en op de pagina Praktisch beoordelen (UWV).
In hoofdlijnen geldt praktisch beoordelen als de werknemer op het moment van de WIA-beoordeling:
- nog werkt (geheel of gedeeltelijk);
- passend werk uitvoert dat aansluit bij de situatie;
- een passend inkomen heeft bij dat werk;
- en het duidelijk is hoeveel iemand feitelijk verdient.
UWV legt deze criteria op hoofdlijnen uit via Praktisch beoordelen (UWV).
Welke voorwaarden tellen in de praktijk?
Naast de UWV-hoofdlijnen zijn er inhoudelijke voorwaarden uit het Schattingsbesluit die bepalen of arbeid “meetelt” als basis voor een praktische schatting. In diverse duidingen wordt genoemd dat het werk onder meer feitelijk verricht moet worden, algemeen geaccepteerd moet zijn en dat het inkomen representatief moet zijn. Een praktisch overzicht van voorwaarden en aandachtspunten rond passendheid, representativiteit en algemeen geaccepteerde arbeid staat bijvoorbeeld in de toelichting van Parkinson en Werk over praktisch beoordelen.
Voor werkgevers is vooral het onderdeel “representatief inkomen” relevant: als loon, uren of functie-inhoud niet stabiel of niet goed onderbouwd zijn, kan UWV concluderen dat de praktische schatting niet kan en alsnog terugvallen op een theoretische beoordeling.
Praktisch beoordelen UWV versus theoretische beoordeling
Bij de klassieke WIA-route brengt de verzekeringsarts beperkingen in kaart en volgt daarna een arbeidsdeskundige beoordeling met een theoretische loonwaarde op basis van passende functies. Een compacte beschrijving van dat proces en het verschil met de maatregel staat in de uitleg van EnRoute over praktisch beoordelen.
Bij praktisch beoordelen verschuift het startpunt: niet “wat kan iemand in theorie nog doen?”, maar “wat doet iemand nu daadwerkelijk, en wat verdient hij/zij daarmee?”. De Handreiking Praktisch Beoordelen (UWV) benadrukt die perspectiefwisseling: het werk dat wordt verricht is leidend, en alleen als een praktische schatting niet mogelijk is volgt een theoretische schatting.
Blijft de verzekeringsarts betrokken?
Ja. Praktisch beoordelen is nadrukkelijk geen “arbeidsdeskundige-only” route. UWV geeft aan dat de arbeidsdeskundige samen met de verzekeringsarts onderzoekt of het huidige werk past bij wat iemand kan, waarna de arbeidsdeskundige het arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelt als het werk passend wordt geacht via Praktisch beoordelen (UWV). In de Uitvoeringstoets Praktisch Beoordelen staat bovendien dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek gerichter wordt: na vaststelling dat iemand ongeschikt is voor het laatst verrichte werk, richt de arts zich vooral op de vraag of het beschreven (hervatte) werk niet tot overschrijding van de belastbaarheid leidt.
Voor HR betekent dit dat een goed onderbouwde beschrijving van werkzaamheden, tempo, fysieke/mentale belasting en begeleiding op de werkvloer direct impact kan hebben op de snelheid en uitkomst van het traject.
Hoe wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage berekend?
De berekening sluit aan bij het kernprincipe van de WIA: het gaat om het verschil tussen het oude loon (maatmanloon) en wat iemand nog kan verdienen. Bij praktisch beoordelen wordt daarvoor gekeken naar het loon dat iemand feitelijk verdient in het passende werk. Een toegankelijke toelichting op deze rekenlogica vindt u in de Q&A van IVA Opleidingen over praktisch beoordelen.
In de praktijk betekent dit voor werkgevers:
- De uren die de medewerker duurzaam werkt tellen mee.
- De loonwaarde (en of die representatief is) is bepalend.
- Afwijkingen zoals tijdelijke loonsuppleties, niet-structurele toeslagen of een niet-realistisch functieniveau kunnen vragen oproepen bij UWV, met kans op terugval naar een theoretische beoordeling.
Wat verandert er niet: Poortwachter en RIV-toets
Praktisch beoordelen gaat over de WIA-claimbeoordeling, maar de Poortwachterverplichtingen blijven overeind. Ook bij praktisch beoordelen vindt na 104 weken ziekte de toets op re-integratie-inspanningen plaats. In de uitleg van Parkinson en Werk over de Poortwachtertoets wordt dit expliciet genoemd.
Daarmee blijft het voor werkgevers belangrijk om aantoonbaar te maken dat u tijdig en passend heeft gestuurd op re-integratie: probleemanalyse, plan van aanpak, bijstellingen, inzet van interventies en (waar nodig) spoor 2.
Praktische gevolgen voor werkgevers en HR
Sneller duidelijkheid, maar dossier moet kloppen
Een voordeel is dat er eerder duidelijkheid kan komen over het WIA-recht, juist wanneer de medewerker al passend werk verricht. Tegelijk vraagt deze aanpak om meer precisie in uw re-integratie- en loondossier: het “bewijs” zit immers in het actuele werk, de uren en het loon.
De aandachtspunten die in de praktijk vaak terugkomen (en waar werkgevers grip op hebben):
- Heldere functie- en taakomschrijving: wat doet de medewerker precies, welke taken zijn geschrapt, welke hulpmiddelen of aanpassingen zijn ingezet?
- Onderbouwing van passendheid: waarom is dit werk medisch en praktisch vol te houden?
- Stabiliteit van afspraken: zijn uren en loon al langere tijd gelijk, of is het nog in opbouw?
- Representatief loon: past de beloning bij de functie, CAO en productiviteit?
Let op mogelijke “gedragseffecten”
Omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage direct afhangt van het feitelijk verdiende loon, kunnen keuzes in uren en loonwaarde effect hebben op de uitkomst. Zo kan minder werken of structureel lager beloond passend werk leiden tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. Deze dynamiek en het belang van zorgvuldigheid rondom loonwaarde worden ook besproken in Bloeij over praktisch beoordelen.
Voor werkgevers betekent dit niet dat “sturen op uitkomst” verstandig is—integendeel. UWV kan bij twijfel toetsen of het werk en inkomen representatief zijn en of de re-integratie-inspanningen zorgvuldig zijn geweest.
Wanneer wordt het toch een theoretische beoordeling?
Als tijdens de beoordeling blijkt dat niet aan één of meer criteria voor een praktische schatting wordt voldaan, moet UWV alsnog theoretisch schatten. De Uitvoeringstoets Praktisch Beoordelen waarschuwt dat dit in het uiterste geval kan betekenen dat onderdelen dubbel worden gedaan, waardoor tijdswinst verdwijnt of zelfs extra werk ontstaat.
Voor HR en preventie is dit een signaal om al vóór de WIA-aanvraag kritisch te kijken naar de voorwaarden voor praktisch beoordelen UWV: is het werk duurzaam, voldoende beschreven, en zijn loon en uren representatief en verifieerbaar?
Bezwaar en beroep: wat kunt u verwachten?
In bezwaar kan niet simpelweg worden afgedwongen dat UWV alsnog een theoretische beoordeling uitvoert, alleen omdat dat beter uitkomt. Wel kan worden aangevoerd dat niet aan de voorwaarden voor praktisch beoordelen is voldaan; als dat wordt bevestigd, kan alsnog een theoretische beoordeling volgen. Dit wordt duidelijk uitgelegd in IVA Opleidingen over bezwaar bij praktisch beoordelen. Daarnaast verwacht UWV een toename van bezwaar- en beroepszaken, zoals benoemd in de Uitvoeringstoets Praktisch Beoordelen.
Voor werkgevers is het daarom verstandig om keuzes rond passend werk, loonwaarde en urenomvang goed vast te leggen en intern af te stemmen (HR, leidinggevende, casemanager en bedrijfsarts). Een compleet en consistent dossier helpt niet alleen bij de WIA-beoordeling, maar ook als er later vragen ontstaan in bezwaar of beroep.
Tijdelijkheid en wettelijke basis
Praktisch beoordelen is ingevoerd via een wijziging van het Schattingsbesluit. De formele basis en bedoeling (sneller beoordelen én beter uitlegbaar) staan in Staatsblad 2024, 185 – wijziging Schattingsbesluit. De maatregel geldt sinds 1 juli 2024 en is tijdelijk (drie jaar), zoals UWV ook aangeeft in de werkgeversnieuwsbrief over praktisch beoordelen.
Praktisch beoordelen verandert niets aan uw wettelijke plichten, maar wel de manier waarop UWV bij werkende medewerkers tot een WIA-oordeel komt. Wie dit tijdig meeneemt in beleid, dossiervorming en re-integratiekeuzes, voorkomt onnodige discussies achteraf.
Key takeaways
- Bij werkende medewerkers kan UWV de mate van arbeidsongeschiktheid rechtstreeks baseren op feitelijke werkzaamheden en loon, in plaats van op een theoretische schatting met voorbeeldfuncties.
- Een snel en helder WIA-oordeel vraagt om een volledig, actueel en consistent dossier over takenpakket, uren, belastbaarheid en beloning.
- Een stabiele en representatieve loonwaarde is waardevol; tijdelijke toeslagen, opbouwschema’s of niet-passende functieniveaus vergroten de kans op een theoretische beoordeling.
- Poortwachterverplichtingen en de RIV-toets blijven onverminderd gelden: u moet aantoonbaar en tijdig hebben gestuurd op passend werk en duurzame re-integratie.
- Keuzes over passend werk, uren en beloning werken direct door in het arbeidsongeschiktheidspercentage; goede afstemming tussen HR, leidinggevenden, casemanagement en bedrijfsarts is daarom belangrijk.
- Een transparant, goed gedocumenteerd re-integratietraject verkleint uw risico’s in bezwaar en beroep en maakt het makkelijker om UWV-beoordelingen te volgen en te onderbouwen.
Door nu te investeren in stevige interne afspraken, heldere dossiervorming en een toetsbare re-integratiestrategie, benut u de kansen van praktisch beoordelen optimaal en vergroot u de kans op voorspelbare, verdedigbare WIA-uitkomsten voor zowel organisatie als medewerker.