Praktisch beoordelen zonder FML: wat beoordeelt de verzekeringsarts wel
30/07/2026 Re-integratieSinds 1 juli 2024 is de WIA-beoordeling voor werknemers die (gedeeltelijk) aan het werk zijn ingrijpend veranderd. UWV past de tijdelijke maatregel 'Praktisch beoordelen' toe, die geldt tot 1 juli 2027. Dat klinkt technisch, maar heeft concrete gevolgen voor jouw medewerkers en voor de manier waarop jij als werkgever het re-integratieproces inricht en vastlegt.
De kern van de verandering: er wordt bij een WIA-claimbeoordeling geen Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) meer opgesteld als de werknemer nog feitelijk aan het werk is. De beoordeling draait niet langer om de vraag wat iemand in theorie nog kan, maar om de vraag of het werk dat nu wordt verricht de belastbaarheid overschrijdt. Dat is een fundamentele koerswijziging, want waar voorheen de belastbaarheid in kaart werd gebracht via een uitgebreid medisch profiel, staat nu het feitelijke werk centraal.
Wat beoordeelt de verzekeringsarts dan nog wel? En wat betekent dit voor jou als werkgever, HR-manager of casemanager? In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe praktisch beoordelen werkt, welke rol de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige spelen, wanneer er toch een FML nodig is, en welke valkuilen je wilt vermijden.
Waarom is praktisch beoordelen ingevoerd?
UWV kampt al jaren met forse achterstanden bij WIA-beoordelingen. Er zijn meer aanvragen dan het UWV aankan, en ook het beoordelen van re-integratieverslagen (RIV-dossiers) loopt achter. De maatregel 'Praktisch beoordelen' is ingevoerd om verzekeringsartsen te ontlasten en achterstanden in te lopen. Door het sociaal-medisch onderzoek te beperken tot wat strikt noodzakelijk is, hoopt UWV jaarlijks 2.000 tot 3.000 meer WIA-claimbeoordelingen te kunnen uitvoeren. Dat klinkt als een administratieve maatregel, maar de gevolgen reiken verder dan de planning van UWV alleen.
Wat is de FML en waarom verdwijnt die hier?
De Functionele Mogelijkhedenlijst is het instrument dat de verzekeringsarts traditioneel gebruikt om de belastbaarheid van een werknemer gedetailleerd vast te leggen. De FML bestaat uit zes onderdelen: persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, aanpassingen aan de werkplek, bewegen, statische houdingen en werktijden. Op basis van die lijst bepaalt de arbeidsdeskundige via het CBBS (Claimbeoordelings- en Borgingssysteem) welke functies theoretisch nog passend zijn en wat iemand daarmee zou kunnen verdienen. Dat is de theoretische schatting.
Bij praktisch beoordelen vervalt die theoretische schatting volledig. De reden is eenvoudig: als een werknemer al werkt in passende arbeid, zegt het feitelijke loon meer dan een theoretische berekening. De volledige belastbaarheid hoeft daardoor niet meer in kaart te worden gebracht, en er wordt geen FML opgesteld. De arbeidsdeskundige richt zich bij het onderzoek uitsluitend op het werk dat feitelijk wordt verricht.
Wat beoordeelt de verzekeringsarts nog wel?
Dit is het punt dat in de praktijk veel vragen oproept. De verzekeringsarts verdwijnt niet uit beeld, maar zijn of haar rol verandert aanzienlijk. De verzekeringsarts beoordeelt bij praktisch beoordelen twee zaken:
- Of de werknemer daadwerkelijk arbeidsongeschikt is voor de laatst uitgevoerde arbeid als gevolg van ziekte of gebrek.
- Of het werk dat de werknemer nu feitelijk verricht de belastbaarheid van die werknemer niet overschrijdt.
Met andere woorden: de verzekeringsarts geeft geen volledig medisch profiel meer, maar toetst gericht of het huidige werk passend is voor deze persoon met deze beperkingen. De bevindingen legt de arts vast in een rapport, dat vervolgens naar de arbeidsdeskundige gaat. Die bepaalt daarna op basis van de feitelijke loonwaarde de mate van arbeidsongeschiktheid.
De rol van de arbeidsdeskundige bij praktisch beoordelen
De arbeidsdeskundige neemt bij deze aanpak een prominentere plek in. Het startpunt van de claimbeoordeling is het werk dat de werknemer verricht, niet de belastbaarheid van de persoon. De arbeidsdeskundige brengt de belasting van de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden in kaart en heeft daarvoor telefonisch contact met zowel de werknemer als de werkgever. Pas daarna overlegt de arbeidsdeskundige met de verzekeringsarts over de vraag of de belastbaarheid al dan niet wordt overschreden.
Voor de praktische schatting gelden wel concrete criteria. Een praktische schatting is alleen aan de orde als de werkzaamheden passend zijn bij de krachten en bekwaamheden van de medewerker, de werknemer de werkzaamheden feitelijk verricht, en het werk algemeen geaccepteerd is. Bovendien moet de werknemer met het werk ten minste 20% verdienen van het loon voorafgaand aan de ziekmelding. Voldoet het werk niet aan één van deze criteria, dan kan er niet op dat werk worden geschat.
Wanneer is er toch een FML nodig?
Een veelgehoorde misvatting is dat de FML bij praktisch beoordelen altijd verdwijnt. Dat klopt niet. Er zijn situaties waarin de verzekeringsarts alsnog een volledig belastbaarheidsprofiel moet opstellen en een theoretische beoordeling plaatsvindt:
- Als de verzekeringsarts constateert dat de belastbaarheid van de werknemer in het feitelijk verrichte werk wel wordt overschreden.
- Als de arbeidsdeskundige tot de conclusie komt dat het werk niet voldoet aan de overige criteria voor praktisch beoordelen.
- Als de werknemer op basis van de praktische schatting 80 tot 100% arbeidsongeschikt blijkt te zijn: dan moet worden vastgesteld of er sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, en dat vereist een uitgebreidere beoordeling.
- Als de werknemer op het moment van de WIA-aanvraag niet of minder dan 20% werkt: dan past UWV de theoretische beoordeling toe, waarbij een volledig belastbaarheidsprofiel wel van belang is.
Kortom: de FML is niet definitief van de baan, maar wordt alleen nog ingeschakeld waar dat echt nodig is.
Wat betekent dit voor jou als werkgever?
Voor werkgevers heeft de maatregel zowel voordelen als aandachtspunten. Positief is dat er sneller duidelijkheid komt over het recht op een WIA-uitkering. Minder positief is dat de maatregel vraagt om extra zorgvuldigheid in de re-integratiedossiers. Want de beoordeling draait nu om het feitelijke werk: is het werk echt passend, klopt de loonwaarde, en hoe leg je dat helder vast in het dossier?
Hier ligt een praktische taak voor HR, casemanagers en leidinggevenden. Zorg dat de taken die een werknemer feitelijk uitvoert nauwkeurig zijn vastgelegd, inclusief de taken die hij of zij (nog) niet verricht. Als dit niet duidelijk is, kan UWV geen goed oordeel geven over de loonwaarde. Een goed opgebouwde probleemanalyse legt hiervoor al vroeg in het verzuimtraject de basis. Leg ook vast hoe lang de werknemer de werkzaamheden al volhoudt, want dat weegt mee in de beoordeling.
Een bijkomend risico is dat een werknemer later alsnog uitvalt. Als dat gebeurt, volgt er opnieuw een medische beoordeling, mogelijk inclusief een volledige FML. Dat zorgt voor extra druk op UWV én voor onzekerheid bij de werknemer en de organisatie. Investeer daarom in duurzame re-integratie in plaats van snel herstel op papier. Wil je meer weten over hoe de FML werkt en welke rol die speelt in een reguliere WIA-beoordeling? Dat lees je in ons uitlegstuk over de FML.
Praktische tips voor een solide dossier
- Leg de feitelijk uitgevoerde taken van de werknemer schriftelijk vast, inclusief wat hij of zij (nog) niet doet.
- Documenteer wanneer de werknemer met de werkzaamheden is gestart en of er een opbouwschema geldt.
- Controleer of het werk voldoet aan de criteria voor een praktische schatting, met name het looncriterium van 20%.
- Zorg dat het re-integratiedossier actueel is op het moment van de WIA-aanvraag; de RIV-toets blijft ongewijzigd.
- Overleg tijdig met je bedrijfsarts of arbodienst als je twijfelt of het werk de belastbaarheid van de werknemer overschrijdt.
Goede voorbereiding voorkomt dat je tijdens de WIA-beoordeling voor verrassingen staat. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige doen hun werk sneller en effectiever als het dossier klopt.
Praktisch beoordelen zonder FML is een tijdelijke maar ingrijpende maatregel die de WIA-beoordeling voor werkende werknemers fundamenteel verandert. Het vraagt van werkgevers en HR-professionals een actievere rol in de dossieropbouw, juist omdat de beoordeling nu draait om de kwaliteit en passendheid van het feitelijke werk.
Key takeaways
- Vanaf 1 juli 2024 tot 1 juli 2027 geldt de tijdelijke maatregel 'Praktisch beoordelen': er wordt geen FML opgesteld als de werknemer feitelijk werkt in passende arbeid.
- De verzekeringsarts beoordeelt nog wel of de werknemer arbeidsongeschikt is voor het eigen werk én of het huidige werk de belastbaarheid niet overschrijdt.
- De arbeidsdeskundige neemt een centralere rol in: hij of zij brengt de belasting van het feitelijke werk in kaart en bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van de werkelijke loonwaarde.
- Een FML is in een aantal situaties alsnog vereist, bijvoorbeeld als de belastbaarheid wordt overschreden of als de werknemer voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt blijkt.
- Werknemers die minder dan 20% van hun oorspronkelijke loon verdienen, worden beoordeeld via de theoretische route, inclusief FML.
- Als werkgever is een nauwkeurig en actueel re-integratiedossier nu meer dan ooit van belang: leg taken, loonwaarde en duur van herstel concreet vast.
- Investeer in duurzame re-integratie: als een werknemer later alsnog uitvalt, volgt opnieuw een medische beoordeling met mogelijk een volledige FML.
Heb je vragen over hoe je het re-integratieproces zo inricht dat je klaar bent voor een praktische WIA-beoordeling? De adviseurs van Arbo Concern denken graag met je mee, van probleemanalyse tot aan de WIA-aanvraag.