De 20 procent grens bij maatmaninkomen: wanneer praktisch beoordelen in beeld komt
Sinds 1 juli 2024 geldt bij UWV een nieuwe manier van beoordelen voor werknemers die na hun ziekmelding (gedeeltelijk) zijn blijven werken: de maatregel praktisch beoordelen. Maar niet elke werkende werknemer komt automatisch voor deze aanpak in aanmerking. Er geldt een harde ondergrens: wie maximaal 20 procent van het maatmaninkomen verdient met het werk dat hij of zij verricht, valt buiten de praktische beoordeling en wordt alsnog theoretisch beoordeeld.
Die 20 procent grens klinkt technisch, maar heeft grote gevolgen voor de WIA-aanvraag van jouw medewerker en voor de manier waarop jij als werkgever of HR-professional de re-integratie hebt vormgegeven. Begrijp je de grens niet goed, dan loop je het risico dat de WIA-procedure anders verloopt dan verwacht, met alle onzekerheid van dien voor zowel werknemer als organisatie.
In dit artikel leggen we stap voor stap uit wat het maatmaninkomen is, hoe de 20 procent grens werkt, wanneer praktisch beoordelen wél en niet van toepassing is, en wat jij als werkgever of HR-manager concreet kunt doen om goed voorbereid de WIA-aanvraag in te gaan.
Maak ziekteverzuim beheersbaar in uw organisatie
Wat is het maatmaninkomen precies?
Voordat je de 20 procent grens begrijpt, moet je weten waar die grens op is gebaseerd. Het maatmaninkomen is het uurloon dat een werknemer verdiende voordat hij of zij ziek werd, in de functie die de werknemer op dat moment uitoefende. Simpel gezegd: de werknemer is zijn of haar eigen maatman. De arbeidsdeskundige van UWV gebruikt dit inkomen als referentiepunt om te berekenen hoeveel verdiencapaciteit er is verloren gegaan door ziekte of beperking.
Concreet gaat het om het zogeheten SV-loon: het brutoloon inclusief belastbare bestanddelen zoals vakantiegeld, een eindejaarsuitkering en een dertiende maand, vastgesteld op basis van de polisadministratie van UWV. Het maatmaninkomen staat daarmee niet altijd vast. Zo kan een zogenoemde maatmanwisseling optreden als een werknemer tijdens de looptijd van de arbeidsongeschiktheid nieuwe bekwaamheden verwerft, bijvoorbeeld door het volgen van een opleiding.
De 20 procent grens: wat houdt die in?
De kern van de maatregel praktisch beoordelen is dat UWV de feitelijke verdiensten van een werkende werknemer vergelijkt met het maatmaninkomen, in plaats van een theoretische schatting te maken op basis van functies die de werknemer in theorie nog zou kunnen uitvoeren. Maar die vergelijking vindt alleen plaats als de werknemer ook daadwerkelijk genoeg verdient om er iets zinvols mee te kunnen vaststellen.
Verdient een werknemer met het werk dat hij of zij verricht maximaal 20 procent van het maatmaninkomen, dan schrijft het gewijzigde Schattingsbesluit voor dat er alsnog een theoretische schatting wordt gedaan. Die theoretische schatting bepaalt dan of de werknemer daadwerkelijk volledig arbeidsongeschikt is. Met andere woorden: bij een inkomen onder die drempel wordt iemand feitelijk als niet-werkend beschouwd voor de beoordeling, en geldt de volledige medische en arbeidskundige procedure.
De grens is dus niet willekeurig. Ze zorgt ervoor dat de praktische route alleen wordt gevolgd als er sprake is van echte, betekenisvolle werkhervatting die iets zegt over de resterende verdiencapaciteit van de werknemer.
Wanneer komt praktisch beoordelen wél in beeld?
Om in aanmerking te komen voor de maatregel praktisch beoordelen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De werknemer moet meer dan 20 procent van het maatmaninkomen verdienen met feitelijk verrichte arbeid. Daarbij gaat het om werk dat de werknemer na de eerste ziektedag is gaan verrichten en dat passend is voor de beperkingen. Aan de slag gaan met werk dat de belastbaarheid overschrijdt, telt niet mee.
Voldoet de situatie aan die voorwaarden, dan volgt een zogenoemde multidisciplinaire intake (MDI) bij UWV, waarbij de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige samen inschatten of de praktische route haalbaar is en wie daarin de leiding neemt. De verzekeringsarts beoordeelt of de werknemer daadwerkelijk arbeidsongeschikt is voor het eigen werk en of het huidige werk de belastbaarheid niet overschrijdt, maar stelt geen volledig belastbaarheidsprofiel meer op. Dat maakt de procedure sneller en voor de werknemer begrijpelijker.
De maatregel geldt trouwens niet alleen voor nieuwe WIA-aanvragen. Ook herbeoordelingen van een lopend WIA-recht vallen eronder, mits de beoordeling betrekking heeft op een datum of periode op of na 1 juli 2024.
Een veelgemaakte misvatting over de grens
Een hardnekkige misvatting is dat werkgevers en HR-managers denken dat zodra een werknemer iets werkt, de praktische beoordeling automatisch wordt toegepast. Dat klopt niet. Het is ook vooraf niet altijd duidelijk of een werknemer boven of onder de 20 procent grens uitkomt, wat de voorbereiding lastig kan maken. Blijkt tijdens de procedure dat de verdiensten toch onder de drempel liggen, dan moet alsnog een theoretische schatting worden gedaan. Dat kan betekenen dat zowel een verzekeringsarts als een arbeidsdeskundige een tweede keer moeten beoordelen, met extra tijdverlies als gevolg.
Een andere misvatting is dat de hoogte van het uurloon of het aantal gewerkte uren los van elkaar bepalen of iemand boven de grens uitkomt. In werkelijkheid gaat het om de combinatie: uren maal uurloon, afgezet tegen het maatmaninkomen per uur in de oorspronkelijke maatgevende omvang. Zelfs iemand die meerdere dagdelen werkt, kan onder de 20 procent uitkomen als het uurloon laag is of de contractomvang klein was.
Wat betekent dit voor jou als werkgever?
Als werkgever of HR-manager heb je directe invloed op de situatie die UWV bij de WIA-aanvraag aantreft. De mate waarin een werknemer heeft hervat, welke werkzaamheden dat zijn en wat daarvoor wordt betaald, zijn allemaal factoren die al tijdens het tweede ziektejaar worden bepaald. Goed re-integratiebeleid loont dus dubbel: voor de werknemer en voor de beoordeling door UWV.
Houd bij het opbouwen van werkhervatting rekening met de volgende aandachtspunten:
- Leg schriftelijk vast hoeveel uren de werknemer werkt en welk loon daarvoor wordt betaald, ook bij re-integratie in aangepaste of andere functies.
- Zorg dat passende arbeid ook daadwerkelijk passend is binnen de medische beperkingen, zodat de uren meetellen voor de beoordeling.
- Controleer tijdig of de feitelijke verdiensten boven de 20 procent van het maatmaninkomen uitkomen, zodat je weet welke beoordelingsroute waarschijnlijk wordt gevolgd.
- Stem af met de bedrijfsarts over de vraag of het huidige werk de belastbaarheid van de werknemer niet overschrijdt.
Twijfel je of de verdiensten van jouw medewerker boven of onder de drempel liggen? Bespreek dit dan tijdig met een arbeidsdeskundige of arbodeskundige, zodat je geen verrassingen krijgt bij de WIA-aanvraag. Op de website van de Rijksoverheid vind je de officiële toelichting op de tijdelijke maatregel.
De 65 procent grens: een extra ankerpunt
Naast de 20 procent ondergrens is er ook een bovengrens die je moet kennen. Verdient een werknemer gedurende een aaneengesloten jaar meer dan 65 procent van het maatmaninkomen, dan kan UWV de WIA-uitkering beëindigen via een loonvergelijking, zonder dat daar een volledig sociaal-medisch oordeel aan te pas komt. Dat is een gunstige situatie voor de werknemer, maar vraagt wel om nauwkeurige administratie van uren en loon over een langere periode.
Tussen de 20 en 65 procent zit dus de zone waarin praktisch beoordelen het meeste van zich laat gelden. In die zone vergelijkt UWV de feitelijke verdiensten met het maatmaninkomen en wordt op basis daarvan het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld. Omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage direct de hoogte en het type WIA-uitkering bepaalt, heeft de plek in die zone grote financiële gevolgen voor de werknemer.
Goed voorbereid de WIA-aanvraag in
De WIA-aanvraag is voor veel werkgevers en HR-managers een complex traject met veel onderdelen. Welke documenten lever je aan, wat controleert UWV als eerste en hoe zorg je dat het re-integratieverslag compleet is? Om niets over het hoofd te zien, hebben we een handige WIA-aanvraag checklist samengesteld die je stap voor stap door het proces leidt. Zo ga je goed voorbereid de aanvraag in en vergroot je de kans dat de beoordeling soepel verloopt.
De 20 procent grens bij het maatmaninkomen is geen kleine technische voetnoot in de WIA-regelgeving. Het is het scharniermoment dat bepaalt of UWV de snellere, praktische route volgt of terugvalt op een volledige theoretische schatting. Wie die grens begrijpt en er tijdens de re-integratie rekening mee houdt, staat sterker bij de WIA-aanvraag.
Key takeaways
- Het maatmaninkomen is het uurloon dat een werknemer verdiende voor de ziekmelding en vormt het vertrekpunt van elke WIA-beoordeling.
- Verdient een werknemer maximaal 20 procent van het maatmaninkomen met feitelijk verrichte arbeid, dan geldt de theoretische beoordeling en niet de snellere praktische route.
- De maatregel praktisch beoordelen is een tijdelijke regeling die geldt van 1 juli 2024 tot 1 juli 2027, voor zowel eerste aanvragen als herbeoordelingen.
- Leg tijdens de re-integratie schriftelijk vast hoeveel uren en tegen welk loon een werknemer werkt. Dit is bepalend voor de beoordelingsroute bij UWV.
- Controleer tijdig of de verdiensten boven de 20 procent uitkomen en stem hierover af met de bedrijfsarts en eventueel een arbeidsdeskundige.
- Tussen de 20 en 65 procent van het maatmaninkomen speelt praktisch beoordelen de grootste rol. Boven de 65 procent kan UWV de uitkering via een loonvergelijking beëindigen.
- Gebruik de WIA-aanvraag checklist van Arbo Concern om het aanvraagtraject volledig en goed gedocumenteerd in te gaan.
Wil je weten of de re-integratie van jouw medewerker goed aansluit bij de eisen van UWV? De adviseurs van Arbo Concern denken graag met je mee, zodat jij en je medewerker goed beslagen ten ijs komen bij de WIA-beoordeling.